Inleiding
Geostationaire weersatellieten
Polaire weersatellieten
Gebruik van satellietgegevens
Interpretatie van wolkenbeelden
Team

 

GEBRUIK VAN SATELLIETGEGEVENS IN DE WEERDIENSTEN
 
Satellietgegevens zijn een onmisbare schakel geworden in het waarnemingsnet en de weervoorspelling.

Om de drie uur worden grondwaarnemingen van een groot aantal weerstations, (onder codevorm) verspreid via een WereldTelecommunicatieSysteem. Deze waarnemingen worden gedrukt op een kaart met behulp van symbolen. Deze kaart wordt vervolgens geanalyseerd door de weervoorspeller: hij tekent de isobaren (lijnen van gelijke druk), bepaalt de hoge en lage drukgebieden en tekent ook de fronten, die de verschillende luchtmassa's scheiden. Deze geanalyseerde kaart, in vaktermen synoptische weerkaart genoemd, geeft een precieze voorstelling van de luchtgesteldheid op een gegeven moment. Hiermee kan men de evolutie van de weersystemen voorspellen.

 

Bij het tekenen van de fronten boven land en meer nog boven de Atlantische Oceaan, wordt dankbaar gebruik gemaakt van de beelden genomen door polaire en geostationaire weersatellieten.

Satellietbeelden leveren belangrijke informatie voor de weervoorspelling op korte termijn. Het ontstaan van nieuwe depressies wordt meestal eerst op satellietbeelden gedetecteerd vooraleer dit te zien is met andere waarnemingsmethodes. Buienlijnen in polaire lucht alsook onweerszones worden dikwijls duidelijk herkend en exact gelokaliseerd op satellietbeelden. Een ervaren fotoanalist kan zelfs de beginstadia daarvan herkennen, lang voordat deze met behulp van radar kunnen waargenomen worden.

Storingen die zich over de Atlantische Oceaan van west naar oost verplaatsen en nadien in grote mate het weer bepalen in West-Europa, kunnen op Meteosat beelden gemakkelijk en nauwkeurig worden waargenomen. Ook hun activiteit kan ingeschat worden en geeft zo vooraf een idee van de hoeveelheid neerslag en de windkracht die we mogen verwachten.

Ook informatie over de windsnelheid en -richting op verschillende niveaus (vanaf de grond tot een 10-tal km hoogte), kan uit sommige beelden afgeleid worden. De laatste jaren worden hiertoe sequenties van opeenvolgende beelden vanuit geostationaire satellieten met succes aangewend.

Voor voorspellingen op langere termijn zijn satellietgegevens eveneens van groot belang, vooral omdat ze betere computeranalyses toelaten. De peilingen met quasi-polaire satellieten vullen de leemten aan in het grondwaarnemingsnet.

Daarnaast hebben satellietbeelden bijgedragen tot een beter inzicht in bepaalde weersystemen.
Satellietbeelden tonen stormdepressies, hogedrukgebieden en straalstromen in hun geheel en zo kan hun juiste verplaatsing en evolutie van dag tot dag gevolgd worden. Dit heeft geleid tot een verbetering van de atmosfeermodellen en een juister inzicht in de structuur van deze systemen. Dankzij satellietbeelden begrijpen we nu beter de zo gevreesde tropische cyclonen (orkanen) en de ons meer bekende buienlijnen.