Vliegtuigen en satellieten
kunnen sensoren aan boord hebben die de uitgezonden of gereflecteerde
stralen van het aardoppervlak registreren. Onderzoekers
gebruiken deze gegevens om meer weten te komen over de omvang,
de samenstelling, de structuur of de gezondheidstoestand
van het bos.
Sommige sensoren leveren beelden
met weinig detail (in lage ruimtelijke resolutie), maar
laten toe om regelmatig gegevens over grote oppervlaktes
te verzamelen. De SPOT-VEGETATION beelden bijvoorbeeld hebben
een resolutie van slechts 1 km, maar ze bedekken dagelijks
bijna het hele oppervlak van onze planeet. Ze worden gebruikt
om verschijnselen op globale schaal te bestuderen: droogte,
ontbossing, bosbranden, seizoensveranderingen, enz.
Beelden met een hogere resolutie
leveren meer detail, maar bedekken kleinere oppervlakten
en kunnen een bepaald gebied maar een aantal keer per jaar
waarnemen. Zij worden vooral gebruikt voor cartografi sche
toepassingen, maar kunnen bijvoorbeeld ook de gezondheidstoestand
van bomen bepalen.
Sensoren zoals het VEGETATION-instrument
leveren beelden in lage ruimtelijke resolutie (wat betekent
minder gedetailleerd), maar die een dubbel voordeel bieden:
ze worden geleverd met een hoge frequentie en ze bedekken
heel grote gebieden. Deze globale beelden worden gebruikt
voor het opvolgen en bestuderen van fenomenen op continentale,
regionale of globale schaal. Dit kunnen seizoensveranderingen
van de vegetatie, droogte, ontbossing of bosbranden zijn.
Hoge resolutiebeelden zijn meer
gedetailleerd maar bedekken minder grote gebieden. Ze dienen
bijvoorbeeld om in een stedelijk gebied of in een plantage
de verschillende soorten in kaart te brengen, om het identificeren
van de verschillen in vegetatiebedekking of om het bepalen
van de algemene gezondheidstoestand van de bomen.
Meer
info