Mangroves zijn een
vegetatievorm die voorkomen langsheen ondiepe en afgeschermde
kustlijnen van de tropische gebieden, in intergetijdenzones
zoals estuaria, delta's, lagunes en kustmeren.
Ze groeien in omstandigheden
waar weinig andere vegetatievormen kunnen overleven:
hoog zoutgehalte, beweeglijk substraat en een laag
zuurstofgehalte. Mangrovebomen houden in deze vijandige
omgeving stand door middel van fysiologische aanpassingen
zoals luchtwortels, die hen een aantal unieke eigenschappen
geven.
Mangroven zijn fragiele ecosystemen
die beschermd dienen te worden, aangezien ze een cruciale
ecologische en socio-economische rol vervullen.
Mangroven beschermen
en stabiliseren de kustzones
Dankzij hun luchtwortels
voorkomen mangroven kusterosie en vormen ze een effectieve
barrière tegen winden, golven en zeestromingen.
Ze beschermen de kusten en hun bewoners dus tegen
cyclonen, stormen en tsunami's. Doordat ze het sediment
stabiliseren, beschermen ze ook de koraalriffen, het
zeegras en de navigatieroutes tegen verzanding.
Mangroven zijn
reservoirs van voedsel en grondstoffen
Mangroven bieden unieke
omstandigheden en habitats die door een heel groot
aantal diersoorten worden gebruikt: zoogdieren, reptielen,
amfibieën, vogels, en in het bijzonder vissen,
krabben, garnalen en mollusken, waarvoor de mangroven
ideale voortplantingsplekken zijn. Mangroven vormen
weliswaar slechts 0,4% van de totale bosbedekking
op aarde, maar zijn wereldwijd essentieel voor de
levenscyclus van de meeste commerciële vissoorten.
Mangroven vormen in hun rol
als uitzonderlijke dierenreservaten een belangrijke
bron van proteïnen voor de erg talrijke kustbevolking,
en dan vooral in ontwikkelingslanden. Hier leveren
ze tegelijkertijd ook bouw- en brandhout, veevoer
en medicinale planten die essentieel zijn voor hun
levensonderhoud.