Teledetectie
Dataverwerving
  Het elektromagnetisch spectrum
  Digitale beelden
  De sensoren
  Orbitografie
  Teledetectie beelden
  Bijkomende gegevens
  Geodesie
  Cartografie
  GPS
  Bijkomende gegevens
Beeldverwerking
Radar
GIS
 
Geodesie
 
Geodesie is de wetenschap die de vorm en de dimensie van de Aarde beschrijft.

De vorm van de Aarde is te wijten aan verschillende krachten. Op planetaire schaal zijn de zwaartekracht en de centrifugale kracht de belangrijkste.

De resultante van deze twee krachten geeft richting aan het schietlood op een bepaald punt op Aarde. Dit is de lokale loodlijn. Een continue oppervlakte loodrecht op de lokale loodlijn voor elk punt op aarde is een equipotentiaalvlak. Eén speciaal equipotentiaalvlak is de geoïde. Het vlak van de geoïde komt overeen met het gemiddelde zeeniveau, dat onder de landoppervlakten doorgetrokken wordt. Deze geoïde verschilt van het reële aardoppervlak, aangezien deze door verschillende geodynamische factoren gemodelleerd werd.

Om de positie op de Aarde te kunnen beschrijven, heeft de mens een eenvoudig oppervlak nodig, dat hij wiskundig kan beschrijven. Sedert de 18e eeuw bestaan er metingen die bewijzen dat de Aarde niet op een sfeer lijkt, maar aan de polen afgeplat is.

De geschikte wiskundige beschrijving is een omwentelingsellipsoïde. Een omwentelingsellipsoïde wordt gevormd door een ellips rond één van zijn assen te draaien. Met een formule van de ellips en de rotatieas beschrijft men de ellipsoïde. De rotatieas van de ellipsoïde van de Aarde is de kleine as van een ellips waarvan de dimensies vastgelegd werden in internationale congressen. Dankzij de technologische vooruitgang kan men deze dimensies steeds beter bepalen.

In functie van het land of van het continent waarin men werkt, kiest men een geodetisch datum zodat de afwijking met de geoïde zo klein mogelijk is. Er zijn veel verschillende geodetische datums en hun centrum valt niet samen met het massacentrum van de Aarde.

Met de ontwikkeling van de ruimtemetingen werd het noodzakelijk wereldwijde geocentrische referentiesystemen te bepalen. Het meest gebruikte systeem is WGS84 (World Geodetic System 1984). Dit is het referentiesysteem voor GPS (Global Positioning System).

Als men het datum eenmaal bepaald heeft, kan men een punt op de aardoppervlakte op twee manieren beschrijven: ofwel met de geocentrische cartesiaanse coördinaten, ofwel met geografische coördinaten.
Cartografen en zeelieden lokaliseren een punt al lang met behulp van geografische coördinaten, uitgedrukt in lengte- en breedtegraden l en j.

De lengtegraad l is de hoek tussen de vlakken van de meridiaan van een punt en de meridiaan van Greenwich en van deze af geteld, positief naar het westen en negatief naar het oosten.

De breedtegraad j van een punt is de hoek tussen de loodlijn van de plaats met het vlak van de evenaar. Breedtegraden worden vanaf de evenaar geteld, positief naar het noorden en negatief naar het zuiden.

Met de lengte- en breedtegraad kan men elk punt op de ellipsoïde bepalen. Om een willekeurig punt te situeren, moet men ook zijn plaats met een derde parameter bepalen: de ellipsoïdale hoogte h.

Men kan de plaats van een punt ook beschrijven met de cartesiaanse geocentrische coördinaten. Een dergelijk systeem legt de punten volgens X, Y en Z vast, met als oorsprong het middelpunt van de ellipsoïde.